Voor de helden van de Intensive Care

Voor de helden van de Intensive Care

Goede Vrijdag 1994, ik was 13 jaar en maakte kennis met de Intensive Care. Mijn vader was de avond van Witte Donderdag na een spoedoperatie opgenomen op de Intensive Care. Ik herinner me nog dat ik die vrijdagavond wakker werd, naar beneden ging waar mijn moeder met de overbuurvrouw stond te praten. “Red je het alleen? Of wil je dat ik blijf?” vroeg de overbuurvrouw. Mijn moeder zei: “Ik kan het wel alleen.” Ik vroeg me af waar ze het over hadden. De overbuurvrouw vertrok en mijn moeder vroeg of ik mijn broer naar beneden wilde halen, want ze moest ons iets vertellen.

Hoe mijn moeder het precies bracht weet ik niet meer, de boodschap kwam hier op neer: “Papa is heel ziek en gaat waarschijnlijk dood.” Ik vond het zo onwerkelijk. De hele week had mijn vader met vage buik- en pijnklachten ziek in bed gelegen. En nu zou hij dood gaan? Hoezo dan? Na allerlei onderzoeken op de Spoedeisende Hulp hadden de artsen tijdens de spoedoperatie in mijn vaders buik een ravage aangetroffen. Een darmperforatie. Plat gezegd, de ontlasting was ze om de oren gevlogen. Wat ik dan als 13-jarige natuurlijk wel weer grappig vond. De keihard realiteit kwam nog niet echt binnen.

De IC: ons nieuwe thuis

Een eerste bezoek aan IC bracht hier snel verandering in. Samen met mijn opa en oma gingen we die middag naar het ziekenhuis in Amersfoort. De wandeling door het ziekenhuis leek eindeloos te duren. Eindelijk kwamen we bij een rustige gang en daar was het dan: de Intensive Care. Ons nieuwe thuis.

Drie bedden met de gordijntjes ertussen dicht en heel veel ruimte om de bedden heen. Op het middelste bed lag mijn vader, in een diepe slaap. Kunstmatig werd hij in slaap gehouden. Hij werd beademd, via een grote buis in zijn keel. Overal hingen slangen en zakjes. Meerdere monitoren stonden naast zijn bed. Ik hoorde allerlei piepjes en schrok van een piep die maar aanhield. Een verpleegster kwam aangelopen, ze keek naar de apparatuur en verving een zakje waarna het geluid verdween.

De eerste indrukken waren groots en overweldigend. Mijn vader die in diepe slaap was, ergens herkenbaar en tegelijk zag hij er ineens zo ziek en vreemd uit. Hoe kon dit? Gisteren praatte hij nog. Ademde hij nog zelf. Ik kreeg koude rillingen, wilde het liefst wegrennen. Wat ging er gebeuren? Een ding was duidelijk, ons leven zou langere tijd op zijn kop staan.

Vier weken van Leven of Dood

Die eerste dagen gingen in een waas voorbij. Terwijl de wereld Pasen vierde, bezochten wij twee keer per dag de IC. De tijd thuis werd gevuld met telefoontjes met het ziekenhuis, met familie, met bekenden. Mijn beste vriendinnetje, de dochter van de buurvrouw, was zoveel als mogelijk bij ons thuis. Ze ging ook mee naar de IC om afscheid te nemen van mijn vader. Stonden we daar als 13- en 14-jarige toe te kijken naar de hectiek om ons heen.

Kat Mickey was mijn troost tijdens de IC tijd, foto van een jaartje eerder.

De patiënt werd zieker en zieker. Waar je normaal aan iemand zelf kan vragen hoe hij/zij zich voelt, werd dit nu afgelezen via allerlei meetwaarden. Hartslag, bloeddruk, leukocyten. In een sneltreinvaart leerde ik allerlei medische termen. En vreemd genoeg was dit de nieuwe staat van zijn: een gesprek over de overlevingskans, uitgedrukt in percentages.

De ernstige blik van de artsen kondigde vaak al aan wat komen ging. Een paar dagen achtereenvolgend was de kans op overleven minder dan 5%. Ineens was de realiteit dat we muziek voor een aanstaande begrafenis uitzochten. Ik kreeg een mooie zwarte jurk. De pastoor kwam langs voor de ziekenzalving. Dat vond ik zo surrealistisch: de pastoor die stond te bidden, wij in tranen, het gepuf van de beademingsmachine en ineens weer die piepjes. De eindeloze piepjes. Op de achtergrond de grote glazen ramen met daarachter de mensen in de witte jassen met hun serieuze gezichten. Dit had een filmscenario kunnen zijn.

De dagen kropen voorbij

Mijn vaders piepjes waren helaas niet alleen maar voorspelbaar. Zo nu en dan kwam er een verpleegster in hoog tempo aangelopen om te kijken wat er aan de hand was. Een keer werden we gevraagd om even weg te gaan, er moest gelijk gehandeld worden. Mijn vader was in een soort Michelinpoppetje veranderd. Opgezet en geel gekleurd. Ik vond het eng. Sowieso dat bed vol met slangen, zakjes en piepende apparatuur. Die beademingsmachine die in een keurig ritme doorging. Ik durfde niet dichtbij te komen. Veel te huiverig dat ik ergens aan bleef hangen. Een verpleegster zag mijn angst: “Je kunt je vader wel aanraken.” Ondanks haar geruststelling, hield ik gepaste afstand.

Overplaatsing naar een andere IC

De Intensive Care was ‘vol’. Mijn vader zou overplaatst worden naar een ander ziekenhuis waar plek was. Even was er sprake van Den Haag, terwijl wij zelf naast Amersfoort woonden. Gelukkig werd het Harderwijk. Terwijl wij thuis zaten, werd mijn vader met al zijn slangen, monitoren en piepjes met de ambulance naar het Sint Jansdal gebracht.

Een andere Intensive Care. Met andere verzorgers. Een eigen kamer. Ook andere patiënten in de kamers die ik bij binnenkomst kon zien.

De onzekerheid werd bijna normaal

De dagen werden een week. En de onzekerheid bleef. De percentages vlogen alle kanten op. Blijft hij leven? Of gaat hij dood? De beademing ging langer duren, dus de buis werd omgezet van de keel naar een gaatje in de hals. Een tracheotomie. Langzaam begonnen we te wennen, aan de rollercoaster. Het aangezicht van die ernstig zieke man.

Meerdere operaties volgden. Het werd een Open Buik Behandeling. Een gevecht om leven en dood. Multiple organ failure. Morfine. Doorligplekken. Sepsis, critical illness en een stoma*.

* Het is lang geleden, sommige herinneringen zijn qua tijdspad en volgorde wellicht niet helemaal juist.

Vertrouwd en veilig

De artsen en verpleging werden vertrouwde gezichten. Ik begon ze te kennen en zij mij. Bij binnenkomst op de afdeling keek ik altijd op het bord om te zien wie er dienst hadden. Er was een verpleegster die altijd als het werk het toeliet een praatje maakte. Terwijl ze mijn vader die nog altijd sliep verzorgde, praten we over school. Want school ging gewoon door. Ik voelde me op mijn gemak als zij er was. Begon me aan haar en overigens de gehele IC staf te hechten.

Er zijn een paar momenten die ik nooit zal vergeten.

  • Dat moment dat een verpleegster mijn vader verzorgde, die slapende man waar weinig mens van over was. Ze tilde het laken op, en net op het verkeerde moment kwam ik binnenlopen en keek ik naar die open buik. Ik knapte, en barste in tranen uit. Ik liep overstuur de kamer uit. Een alerte verpleegkundige kwam gelijk naar mij toe. Zorgde dat ik kalmeerde, en liet mijn ademhaling zakken, ze luisterde vol aandacht naar mijn verdriet. Ze troostte me, haalde een glas water en pas toen het echt weer ging, pakte ze haar gewone werkzaamheden weer op.
  • Of de arts die me op een dag de IC uit zag komen. Ik had me zo groot gehouden, voor mijn moeder die al genoeg zorgen had. Op de gang kon ik mijn tranen de vrije loop laten. Hij kwam net aangelopen en zag dat jonge meisje: “Ach kind toch. Wordt het allemaal teveel? Is niet raar he op zo’n afdeling.” De man legde een bemoedigende hand op mijn schouder. Dat gaf me kracht, ik voelde me gesteund. Haalde diep adem en kon er weer even tegen.
  • Dat je bij binnenkomst nooit wist wat je aantrof bleek toen er een mevrouw in de kamer naast mijn vader was komen te liggen. Ze zag er verschrikkelijk uit. Overal wonden en bloed. Ik vermoedde een auto ongeval. Ze lag er zo’n 3 dagen en een dag later was haar kamer ineens leeg, terwijl ik 100% zeker wist dat ze nog te slecht was om naar een gewone afdeling te zijn gegaan. Waarschijnlijk had ze het niet gehaald. Ik heb het nooit durven vragen.

Uiteraard het bijzondere moment dat duidelijk was, dan mijn vader het overleefde. Langzaam werd mijn vader weer bij bewustzijn gebracht, het weanen. Een verre van prettig gezicht. Ook nu stond het team van de IC voor elke stap voorwaarts voor hem klaar. Morfine werd afgebouwd. Weer zelfstandig ‘leren’ ademen, ook dat ging in etappes. Zelfstandig eten was ook zoiets. Daarna met babystapjes weer ‘leren’ praten.

Bijna 4 weken lang duurde de dagelijkse strijd om leven of dood. Het werd het leven. Dankzij de toewijding en vakkundigheid van de artsen en verpleging. Zonder deze helden had mijn vader het niet gehaald. Wij namen afscheid van de Intensive Care vol dankbaarheid. De laatste weken met al dat nieuws over het Corona virus heb ik weer regelmatig aan hen gedacht. Aan deze bijzondere mensen die zoveel geven vanuit hun bevlogenheid voor de patiënten en het werk.

Dank aan de huidige dappere helden van de IC, van Corona afdelingen.
Dank, voor jullie geweldige zorg.
Dank, voor jullie harde werken.
Dank, voor jullie aandacht en liefde voor patiënten.
Houd vol!

Voor de families van Corona patiënten op de IC.
Jullie dierbaren zijn in goede handen. Alles zal gegeven worden om de beste zorg te verlenen. Weet dat er aan aandacht en warmte geen gebrek is!

Door | 2020-04-14T23:07:58+03:00 14 april 2020|Overig, Sparkling Storytellers|1 Reactie

About the Author:

Het vertalen van avonturen, ervaringen en ontmoetingen naar inspirerende verhalen op papier. En als lezers daar dan ook nog enthousiast van worden, is mijn missie geslaagd. Ik hoop dat jij meegeniet!

Eén reactie

  1. Vera Lubbers 15 april 2020 om 15:56 - Antwoorden

    Lieve Chien, als ik dit zo lees is het weer als de dag van gisteren. Wat heb je het indrukwekkend beschreven. Liefs, mam Vera

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.